Slaapproblemen

 Persoonlijke benadering

Wetenschappelijk

Kwaliteit

Onderzoek

Slaapproblemen

Slapen is belangrijk voor de gezondheid. Het lichaam en de hersenen hebben een aantal uren slaap nodig om te ontspannen en herstellen. Slecht slapen of slapeloosheid kan verschillende vormen aan nemen. Het kan bijvoorbeeld komen doordat het lang duurt voordat je in slaap valt, je vaak wakker wordt of dat je al heel vroeg wakker wordt en niet meer in slaap valt.


Wat is normaal?

Het slaappatroon kan per persoon en per leeftijd verschillen. Zo heeft niet iedereen 8 uur slaap nodig. Sommige mensen slapen 6 uur en anderen slapen 10 uur per nacht. Jongeren slapen gemiddeld 9 uur. Ouderen slapen meestal korter en minder diep. Dat hoort bij de leeftijd.
Het is heel normaal om af en toe wakker te worden, vaak gebeurt dit tegen de ochtend. Ook kan het geen kwaad om af en toe een nacht te weinig slaap te krijgen, als je daarna er weer van herstelt. Tot slot verschilt het ook per persoon hoe lang het duurt om in te slapen. Meestal duurt het inslapen 10 tot 20 minuten.

Wanneer spreken we van een stoornis?
Als het slapen regelmatig slecht gaat en deze klachten al minimaal een maand aanwezig kan sprake zijn van een slaapstoornis. Het slechte slapen gaat het dagelijks leven beïnvloeden bijvoorbeeld door:
– Afname reactiesnelheid en concentratieproblemen
– Geheugenklachten
– Prikkelbaarheid
– Gebrek aan energie
– Verminderd functioneren van het immuunsysteem
– Afname van het spraakvermogen

Slaapproblemen en de hersenen
Van oudsher wordt bij een slaapstoornis gekeken naar het EEG tijdens de nacht. Er is echter gebleken dat het (Q)EEG- profiel bij mensen met slaapproblemen er ook overdag anders uitziet. Bij het doen van een uitgebreide (Q)EEG meting wordt bij slaapproblemen vaak het verschil bekeken tussen de meting met ogen geopend en de meting met ogen gesloten. Normaal gesproken neemt het aandeel langzame activiteit toe en het aandeel snelle activiteit af wanneer een gezond persoon de ogen sluit. Bij slaapstoornissen is hier vaak een afwijking zichtbaar.
– Bij inslaapproblemen is vaak een afname van de langzame activiteit zichtbaar, in plaats van toename, bij het sluiten van de ogen.
– Bij doorslaapproblemen is bij de meting met ogen gesloten een toename zichtbaar van de snelle hersenactiviteit (in plaats van afname). De hersenen komen dan niet in de ruststand en blijven overactief tijdens de nacht.
– Bij vermoeidheidsklachten zien we vaak dat de langzame hersenactiviteit afneemt bij het sluiten van de ogen in vergelijking met de ogen open. Dit patroon wordt ook wel de moeheidsmarker genoemd.

Slaapproblemen en neurofeedback
Als uit een hersenmeting blijkt dat er inderdaad sprake is van een verstoring in het (Q)EEG dan kan gestart worden met neurofeedback therapie. Neurofeedback kan verbetering geven doordat de hersenen leren hun afwijkende activiteit te verbeteren. De hersenactiviteit wordt getoond in een computerspel. Elke keer als een positieve verandering in de hersenen plaatsvindt, gaat het spel goed. Vertonen de hersenen niet het gewenste patroon dan gaat het spel niet goed. Door de hersenen telkens te belonen zullen ze leren vaker en langer een gewenst patroon van activiteit te vertonen en nemen de klachten, die bij het oude patroon hoorden, af. Dit is een actief leerproces, waardoor de effecten veel lager blijven dan bijvoorbeeld met medicatie het geval is.

Resultaat van neurofeedback
Door met neurofeedback de hersenen te trainen, zal de kwaliteit van slaap verbeteren doordat je sneller in slaap valt of dat je minder vaak wakker wordt ’s nachts. Ook kan het zijn dat je dieper gaat slapen en er daardoor beter herstel plaatsvindt. Overdag voel je je dan minder vermoeid. Je krijgt weer wat energie in het dagelijks leven.